Het kostbare fiasco van windenergie en zonnestroom

Het kostbare fiasco van windenergie en zonnestroom

Zondag 17 september 2017

Een gastbijdrage van Gert-Jaap van Ulzen

Miljardenproject zonder kosten-batenanalyse

In het Energieakkoord is afgesproken dat Nederland 14% duurzame energie zou realiseren in 2020. Bij de totstandkoming van dat akkoord heeft alles en iedereen aan tafel gezeten, behalve degenen die de rekening daarvan krijgen: de belastingbetalers. De leden van de Tweede Kamer mochten nog even tekenen bij het kruisje en zo werd het duurste project ooit in de Nederlandse geschiedenis vormgegeven.

Duurste project
Een ordentelijke kosten-batenanalyse is er nooit gemaakt. De Algemene Rekenkamer heeft een poging gewaagd en komt uit op circa € 73 miljard, anderen nog iets hoger, richting de € 100 miljard en meer. Daarvan is grofweg de helft inmiddels via SDE+ subsidies (Stimuleringsregeling Duurzame Energie) al toegezegd. Ter vergelijking: over € 4,5 miljard investering in de JSF straaljager is in de Tweede Kamer meer dan 10 jaar gediscussieerd.

Windlobby
De gedachte achter de gewenste energietransitie is het beperken van CO2-emissies (“redden van het klimaat en wel nu”) en het minder of onafhankelijk worden van buitenlandse boeven, die aan de knoppen van de olie- en gaskraan draaien. En zo werd onder druk van de Haagse windlobby de grootschalige uitrol van windparken op land en zee onderdeel van het Energieakkoord.

Duits voorbeeld
De Energiewende in Duitsland geldt daarbij als lichtend voorbeeld. U kent de juichende one-liners vast nog wel: “Duitsland is al voor 30% duurzaam en “Nederland is het vieste jongetje van het Europese klasje” en meer van dat soort onzin. Laten we eens kijken naar de confronterende feiten.

In 2016 produceerde Duitsland 18,2% van het stroomverbruik door middel van wind en zon, wat neerkomt op slechts 3,3% van het totale energieverbruik (de rest is warmte, transport etc.). De Duitse belastingbetaler betaalt inmiddels een slordige € 700,- extra per jaar aan groene subsidies voor totaal 12,6% duurzame energie (waarvan meer dan de helft middels biomassa). De subsidiëring bedraagt € 700,- per huishouden per jaar, 20 jaar lang: voor slechts 12,6% duurzame energie. Bron: rapport Bundesministerium für Wirtschaft und Energie.

Nederland heeft inmiddels €37,7 miljard aan subsidies toegezegd om het percentage duurzame energie met 1,43% te zien stijgen naar 6,15% in 2020. De Nederlandse belastingbetaler betaalt € 315,- per jaar per huishouden, 15 jaar lang voor 1,43% extra duurzame energie. Hetgeen grappig goed lijkt aan te sluiten bij het voorbeeldland Duitsland.

Gratis geld
De legitimatie van deze bizarre hoeveelheden ‘gratis geld’ die gespendeerd worden aan onder andere wind- en zonnestroom is dat de leercurve verkort zou worden. Na enige tijd zouden subsidies niet meer nodig zijn en gaan de geplaatste wind turbines gratis stroom leveren. Maar dat is een misvatting. De eerste windturbine stond rond 1180 in Roermond, de leercurve is dus nu ruim 800 jaar lang.

Windparken
Door de basale wetten der natuur (i.c. de wet van Betz) is het energierendement van een windturbine beperkt en zitten we na die 800 jaar lange leercurve wel zo’n beetje op het maximum. De enige manier om het rendement verder te verhogen is het letterlijk verhogen van de turbines om zo meer wind te vangen. En het clusteren daarvan om de kosten van de benodigde infrastructuur (wegen, netaansluiting etc.) te beperken. Zie daar de reden waarom er windparken ontstaan.

Verder levert zo’n windpark geen stroom wanneer het niet, niet hard genoeg of te hard waait. Bij windclusters op land is dat driekwart van de tijd het geval en op zee de helft van de tijd. Het is dus niet zo dat windclusters fossiele kolen- of gascentrales vervangen – of zelfs kunnen vervangen. Zo roepen de wind-adepten dat het in Europa altijd wel ergens waait. Helaas, dat is niet het geval.

Overschot aan stroom
Kijken we weer naar voorbeeldland Duitsland, dan zien we in de praktijk dat de geproduceerde wind- en zonnestroom deels een stroomsurplus is. Zo werd er in 2016 in Duitsland 128 TWh aan wind- en zonnestroom geproduceerd, waarvan 40%(!) overbodig. Er was geen vraag naar. Dit surplus werd geëxporteerd voor € 1,5 miljard – maar de Duitse belastingbetaler had het wel eerst met het zesvoudige (€ 9 miljard) gesubsidieerd. Wanneer het geld kost om iets kwijt te raken, noemden we dat vroeger gewoon afval. Vandaag de dag heet dat blijkbaar duurzaam.

Vervolgens zien we enthousiaste verhalen over ‘subsidieloze’ offshore windclusters verschijnen. Helaas is ook dat maar de helft van het verhaal. De tenders waarbij geen subsidie meer gevraagd wordt, kennen een aantal kleine lettertjes. Ze worden uitsluitend gerealiseerd op voorwaarde dat de investeringskosten verder dalen, de prijs voor CO2 stijgt en de marktprijs voor stroom stijgt.

Dalende stroomprijs
Maar naarmate er meer windclusters ‘on grid’ komen, zal de stroomprijs alleen maar verder dalen. We hebben dus geen tekort aan stroom, we komen erin om. Volgens diverse onderzoeken zal de marktprijs voor stroom zelfs harder dalen dan de investeringslasten van die toekomstige windclusters. Dan is er niet minder, maar zelfs meer subsidie nodig voor duurzame energie.

Het subsidieloze fabeltje
Zelfs binnen de lobby van de windcluster-producenten wordt met argusogen gekeken naar de ‘subsidieloze’ tenders. Zo heeft in Duitsland het energiebedrijf EnBW aangegeven – onder die voorwaarden – zonder subsidie een offshore windcluster te willen realiseren. Maar wat EnBW (100% overheidsbedrijf) wél kan en de markt niet, is het risico’s op tegenvallers (verliezen) afwentelen op de aandeelhouders, i.c. verschillende Duitse overheden. Die verhogen dan simpelweg de belastingen voor hun inwoners. Zie hier overigens de werkelijke reden waarom de eigenaren van Eneco hun aandelen nu in de etalage zetten. Zonder subsidies is er geen businesscase.

Nauwelijks CO2-besparing
Maar windenergie bespaart toch CO2, wordt er vaak beweerd. Nou, dat valt dus nogal tegen. In Duitsland vervangt wind- en zonnestroom vooral het uitfaseren van CO2-vrije kernenergie. Dan maak je logischerwijze geen meters met CO2-besparing en komen de kosten per wel bespaarde ton CO2 nu op een schokkende € 1.265,- (met een marktwaarde van € 5,-). In Nederland is die CO2-besparing door wind- en zonnestroom ook al niet veel beter, de hoeveelheid fossiele stroom neemt immers amper af. Nog afgezien van inpassingsverliezen en dergelijke. Alleen de marktprijs van stroom daalt steeds verder door het stroomsurplus.

In de echte wereld is windenergie dus geen deel van de oplossing, maar deel van het probleem. En dat allemaal voor uw rekening. Een bedankje is dan toch wel het minste. Me dunkt.

Met welwillende toestemming van Gert-Jaap van Ulzen – Twitter: @gjvu

Bron

2013 © De Groene Rekenkamer - Website gehost door Vertixo