Het sprookjesboek van Nijpels

Het sprookjesboek van Nijpels

Maandag 18 september 2017

Een gastbijdrage van Jeroen Hetzler

Nijpels gefileerd met feiten

Nijpels vertelde gisteren bij WNL op zondag, zie vanaf 15 minuten, het sprookje van de gedaalde kosten van de windmolens op zee. Helaas kun je kosten niet wegmoffelen.

Ik pik er het volgende uit:

Berekening kostprijs van windenergie uit windturbines op zee, incl. winstmarge voor de exploitant op basis van de windparken Borssele 3 en 4:

  1. 5,45 ct/kWh = basisprijs SDE-regeling
  2. 0,75 ct/kWh maatschappelijke kosten van groene investeringssubsidies
  3. 1,40 ct/kWh = netkosten op zee;
  4. 0,20 ct/kWh = netkosten op land voor het afvoeren windenergie voorzichtige schatting
  5. 2,00 ct/kWh = kosten centrales voor “ standby” en “bijregelen
  6. 0,50 ct/kWh maatschappelijke kosten veroorzaakt door gunstige regeling CO2-certificaten
  7. Totaal dus 10,30 ct/kWh optelling directe en indirecte kosten per geleverde kWh, gemeten op de klemmen van de windturbine, maar dit wordt
  8. 12,00 ct/kWh. De berekende kostprijs van de netto geleverde windenergie, wanneer je er rekening mee houdt dat een deel van de geproduceerde stroom een compensatie vormt voor de extra energie door slechter rendement in de centrales die moeten bijregelen.

Bij zonnepanelen vertelt Nijpels dat die huishoudens een feest hebben door 0 op de rekening. Dan denk ik toch aan Dunkelflaute en flaute zie punt 5 en 8. En dan zouden we € 220 minder gaan betalen aan energie in 2020. Heel apart met aldoor stijgende belasting op gas, kosten netbeheer en een sterk stijgende SDE+. Zie tabel.

We kunnen vaststellen dat de weer- en seizoenafhankele hernieuwbare energie in ten hoogste 5% van de tijd vraagvolgend kan leveren, en dan nog door toeval. Dit waar de klassieke centrales in 99% van de tijd planmatig, dus deterministisch, vraagvolgend zijn. Kortom: met windstroom is het maar de vraag of u miljoenenjacht op tv kunt zien. Uw kans is 5% tegenover 99%.

Vanzelfsprekend betekent de vrijstelling van BTW en energiebelasting van die ‘zonnefeestneuzen’ dat iemand anders de rekening zal moeten betalen; dit zijn de huishoudens zonder zonnepanelen. Discriminatie. De integrale opwekkingskosten voor zonenergie bedragen namelijk € 18 ct/kWh, hetgeen hoger is dan de ca. €5 cent door fossiel gestookte centrales. Terecht merkt Rick Nieman op dat iemand toch de rekening voor dit verschil zal moeten betalen. Het antwoord is natuurlijk ontwijkend. Nijpels stelt dat energiebesparing een feest is voor je portemonnee. Alleen, energiebesparing is iets anders dan implementatie van hernieuwbare energie met respectievelijk € 12 cent en € 18 cent opwekkingskosten. Energiebesparing is aloude innovatie die steeds leidt tot een positieve (voordeliger) economische transitie. Hoe anders is het gesteld met hernieuwbare energie (hier: wind en zon)?! Ten eerste is volgens de Wet van Betz (maximaal te bereiken rendement: 59%) de windmolen uitontwikkeld. Thans is dit ca. 55%. Ten tweede, eveneens natuurkunde, speelt vermogensdichtheid een cruciale rol.

Vermogensdichtheid wil zeggen hoeveel energie, uitgedrukt in Watt, vrij komt door verbranding (kernsplijting) van 1 kilo uranium, kolen of hout, 1 liter olie of 1 kuub gas. Omwille van vergelijkbaarheid is de rekeneenheid Watt per m2 opgesteld. Zie Power density van Vaclav Smith. Dit is bijvoorbeeld het oppervlak van een energiecentrale inclusief de mijnen, voor windmolens en zonnepanelen het optimale oppervlak, en voor biomassa het grondbeslag. De vermogensdichtheid van CO2 –vrije kernenergie steekt er met kop en schouders bovenuit.

Uit de tabel kan men ook zien dat onze bijstook van biomassa een flink beslag legt op, in dit geval, de Amerikaanse bossen. Deze situatie is vergelijkbaar met de ontbossing van Europa 250 jaar geleden en heden ten dage de kap van regenwoud voor houtvuur in hutjes in o.a. Afrika doordat goedkope fossiele energie niet mogelijk is of onmogelijk wordt gemaakt door milieuorganisaties. Wist u dat jaarlijks ca. 2 miljoen vrouwen en kinderen aan longaandoeningen sterven door indoor cooking vanwege gebrek aan toegang tot betaalbare energie? De geschiedenis van de Industriële Revolutie leert ons dat de massale toegang tot fossiele energie met een aanzienlijk hogere vermogensdichtheid dan het sprokkelhout van 250 jaar geleden, mede heeft geleid tot een ongekende welvaartstijging. Het verband is geen toeval, maar logischerwijs en aantoonbaar causaal: goedkope energie levert welvaartsverbetering op. Nijpels bepleit echter een terugkeer naar een maatschappij van 250 jaar geleden; paard-en-wagen dus. Dit laatste poogt Nijpels te verdoezelen door ongefundeerd optimisme en het sprookje van aanmerkelijke kostenbesparingen in de verre toekomst. Dit is speculatie, geen beredeneerd effect, omdat het uitgangspunt berust op mitigatie uit hoofde van de gefaalde klimaatmodellen van het IPCC en niet op adaptatie zoals de mensheid altijd heeft gekend. Het prijsverschil tussen mitigatie en de goedkopere adaptatie is te kolossaal om te kunnen bevatten.

Nijpels’ cruciale drogredenering evenwel. is dat hij de demonisering van de energiebronnen die onze welvaart zo verbeterd hebben, koppelt aan ‘kostenverslindende’ imaginaire klimaatgerelateerde bedreigingen van de menselijke beschaving. Dit is onzin, want duidelijk is inmiddels dat achter deze demonisering allesbehalve gedegen wetenschappelijke bewijsvoering schuilgaat. Vanzelfsprekend is bovendien de mythe van de 97% consensus, niet iets om aan deze mentale armoede nog woorden vuil te maken. Opmerkelijk is verder dat het IPCC zelf stelt dat er geen verband te vinden is tussen weersextremen en klimaatverandering. Op zich is dit wat eenzijdig, want juist afkoeling zoals in de Kleine IJstijd, tussen pakweg de 13e t/m halfweg de 19e eeuw bracht forse catastrofes aan extreme regenval, stormvloeden en koude met zich mee waardoor oogsten mislukten en de bevolking in Europa decimeerde. Dit in schril contrast tot de bloeitijd ten tijde van de Middeleeuwse Opwarming. Onze Gouden Eeuw danken wij niet voor niets aan de Indische tropen. Met CO2 heeft dit alles niets van doen, laat staan de menselijke CO2-emissie. Zie hier. De schattingen lopen uiteen van ten hoogste 10% tot minimaal 0,02% effect. Waterdamp speelt een dominante rol van tenminste 90% in het zogeheten broeikaseffect, dit gegeven het aantal moleculen in de atmosfeer en de absorptiespectra van deze gassen. Vanzelfsprekend speelt de zon een cruciale rol. Zie hier.

Hoe ineffectief en extreem kostbaar het voorgestane klimaatbeleid is vanwege de inferieure vermogensdichtheid, laat deze lezing van Lomborg zien. Om een potentiële 2°C minder temperatuurstijging te bewerkstelligen in 2100 zouden we bijna 2.000 miljard per jaar moeten uitgeven. Het moge duidelijk zijn dat adaptatie kan volstaan met enkele procenten van dit bedrag, omdat er geen reden is om aan te nemen dat de huidige opwarming van 0,8°C tussen 1850 en 1998 tot de vermeende catastrofen zal leiden. Tijdens de Middeleeuwse Opwarming verbouwde men wijn in noord Engeland en bedreven Vikingen landbouw in Groenland wat nu onmogelijk is. Terugkerend naar Ed Nijpels kan ik alleen maar vaststellen dat hij wel sprookjes móét vertellen, omdat de natuurkundige en historische feiten een heel ander verhaal vertellen dat niet past in het verhaal van het Eco Industrieel Complex. Nijpels kan er natuurlijk ook voor kiezen afstand te nemen van de CO2-mythe en zijn onderworpenheid aan dit complex.

Een interessant dilemma: het sprookje volhouden of morele verantwoordelijkheid nemen.

 

 

 

 

 

2013 © De Groene Rekenkamer - Website gehost door Vertixo