Tegenwoordig speelt de wetenschap een grote rol in de milieudiscussies, maar helaas niet op een goede manier. Er verschijnen heel veel wetenschappelijke onderzoeken, maar het is maar zelden dat op een bepaald gebied alle onderzoeken dezelfde resultaten opleveren, een eenduidig beeld opleveren. Integendeel onderzoeken spreken elkaar nog eens tegenof geven onduidelijke antwoorden of ze zijn om uiteenlopende redenen minder betrouwbaar. Roken wordt tegenwoordig gezien als een evident gevaar, maar het heeft vele jaren gekost en talloze studies waarin men het kankerverwekkende effect niet vond alvorens de gevaren van roken duidelijk werden (inmiddels worden ze helaas weer zwaar overdreven).
Als je een eerlijk beeld wilt geven van probleem X of mogelijke oplossing Y dan zet je al deze onderzoeken naast elkaar, controleert de kwaliteit ervan, weegt ze tegen elkaar af en komt zo uiteindelijk tot een conclusie. je geeft ook duidelijk aan waarom je het ene onderzoek belangrijker vindt dan het andere.
Helaas is de werkelijkheid anders. Onderzoeksrapporten die in opdracht van de politiek, de overheid of milieuorganisaties worden gepubliceerd zijn vaak geschreven om een van te voren ingenomen politiek standpunt te bevestigen. Dat betekent dat studies die dat standpunt ondersteunen prominent worden gemaakt en de studies die er tegenin gaan worden genegeerd.
Een mooi voorbeeld is de onophoudelijke stroom van berichten over kankerverwekkende stoffen in de voeding. Die worden gretig gepubliceerd omdat mensen er sowieso van uitgaan dat het moderne voedsel uiterst ongezond is. Wie alle gegevens op een rij zet kan niet anders concluderen dan dat de mensheid in zijn hele geschiedenis niet zo goed gegeten heeft als wij nu doen.
Een ander voorbeeld is de oprichting van het IPCC, het VN-klimaatpanel. Dat kreeg als opdracht niet om uit te zoeken of er een klimaatprobleem was en wat de mogelijke oorzaak daarvan was, neen, er werd van uitgegaan dat er een klimaatprobleem was en er moest aandacht komen voor de menselijke bijdrage daaraan. In die contekst was het duidelijk dat een onderzoeker wiens studie tot de conclusie leidt dat hij geen bewijs kan vinden voor enigerlei verandering van het klimaat of geen bewijs kan vinden voor de invloed van de mens, niet op verdere aandacht hoefde te rekenen. Op dat soort bewijzen zit men niet te wachten en die studies worden dus genegeerd. Zo krijg je wel een klimaatpaniek.
Het zijn maar twee voorbeelden uit een hele lange rij van hoe je door het politiek selecteren van wetenschappelijke informatie de maatschappij een bepaalde kant op kan sturen. Dat is natuurlijk niet eerlijk, zo realiseren vele mensen zich al vele jaren. Maar hoe kun je dit tij keren?
Eigenlijk, zo bedacht men zou er iets zou moeten komen dat je de ‘Groene Rekenkamer’ zou kunnen noemen. Milieubeleid en verwante zaken zouden niet alleen achteraf door de ‘gewone’ Rekenkamer moeten worden beoordeeld of het geld wel netjes was uitgegeven, maar reeds vooraf zou moeten worden gekeken of het uberhaupt wel zinnig is om dat geld uit te geven. Is het beleid wel gebaseerd op het meest recente wetenschappelijk onderzoek of zijn alleen de studies gebruikt die in een bepalde kraam van pas kwamen? Geeft het wel een eerlijk beeld van dit probleem? Is er reden om te denken dat deze oplossing ook echt werkt?
Zo’n Groene Rekenkamer is er niet in Nederland en het zal ook nog wel even duren voordat-ie er komt. In afwachting daarvan hebben wij gezegd: wij gedragen ons nu reeds als een Groene Rekenkamer, dus laten we maar onder die naam opereren.
De Verenigde Staten hebben overigens de zogeheten Data Quality Act die eigenlijk dezelfde functie heeft als de beoogde Groene Rekenkamer.
