Wie controleert de ammoniakwetenschap?

Wie controleert de ammoniakwetenschap?

Zaterdag 26 mei 2018

Een gastbijdrage van Drs. HMA Verhoeven**

Op 16 mei bracht het Mesdagfonds het rapport ‘ Ammoniak in Nederland, een Noordoostelijke spelbreker’ naar buiten. Onderzoeksjournalist Geesje Rotgers en onderzoeker Jaap Hanekamp geven in dit rapport hun bevindingen over een van de 6 meetpunten voor ammoniak in het meetnetwerk van LML (Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit) . Dit netwerk meet de ammoniakconcentratie rondom veehouderijen. Het blijkt dat er een grote methodologische fout is gemaakt bij de plaatsing van dit meetpunt en de verwerking van de meetgegevens. Al eerder zijn er aanwijzingen naar buiten gekomen dat het ammoniakbeleid niet op de juiste gegevens is gestoeld. Telkens weer lopen criticasters tegen een muur op: ze worden weggezet en op de inhoud wordt niet ingegaan. Het zijn instituten als RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en WUR (Wageningen University and Research) die zich zo gedragen. De vraag doet zich dan ook voor: wie controleert de wetenschap?

Als het gaat om landbouwbeleid in het algemeen en ammoniakbeleid in het bijzonder dan hebben instituten als het RIVM en WUR een flinke vinger in de pap. Zij leveren de gegevens aan op basis waarvan het ministerie beslissingen neemt. Ze zijn verantwoordelijk voor het monitoren van het beleid, maar WUR doet bijvoorbeeld (op de Dairy Campus) ook testen bij nieuw in te voeren technieken. Zo is WUR verantwoordelijk voor de berekening van de ammoniakemissie bij mestinjectie.

Mestinjectie is begin jaren negentig ingevoerd als maatregel om ammoniakemissie te verminderen. Tevens zou mestinjectie geuroverlast moeten verminderen. De meetgegevens die onder dit beleid liggen, staan al lang ter discussie. Mestinjectie an sich staat ook al heel lang ter discussie. Zelfs  een aantal wetenschappers van WUR zijn er sterk op tegen omdat het dodelijk zou zijn voor het bodemleven. Mest is belangrijk en waardevol, maar heeft zuurstof nodig om op de juiste manier te verteren en als voedsel te dienen voor insecten. Door te injecteren ontstaan er processen in de bodem die ongewenste effecten hebben. Als mestinjectie daadwerkelijk voor minder bodemleven zorgt, dan heeft dat effect op de voedselvoorraad voor de weidevogels. Dit kan een belangrijke oorzaak zijn van de achteruitgang van de weidevogels. Een organisatie als de VBBM (Vereniging tot behoud van boer en milieu) strijd al jaren voor het bovengronds uitrijden van mest. In hun strijd lopen ze echter tegen datzelfde onderzoeksinstituut aan dat per ongeluk mestmonsters heeft gemengd, waardoor onderzoek gefrustreerd is. VBBM heeft dit tot aan de rechter moeten uitvechten.

De berekening van de ammoniakemissie van de mestinjectie zelf lijkt ook niet erg betrouwbaar. Eigenlijk bevestigt het ministerie dat doordat ze de normen hiervoor bijstellen. Men is tot de conclusie gekomen dat er meer ammoniak moet vrijkomen dan gedacht. Een belangrijk onderzoek dat ten grondslag ligt aan de normen staat al heel lang ter discussie. Er wordt gemeten in te kleine ‘plots’ zeggen de critici en er is gemeten tijdens verkeerde weersomstandigheden. Het is tegen dovenmansoren. WUR volhardt, al jaren.

Vorig jaar verscheen het rapport ‘ Ammoniakbeleid in Nederland, enkele kritische wetenschappelijke kanttekeningen’ van Hanekamp, Crok en Briggs. Dit rapport is bijna op het kinderlijke af zo eenvoudig. Elke eerstejaarsstudent die wat vakken statistiek heeft gedaan had tot de conclusies van deze wetenschappers kunnen komen. De 6 meetstations liggen qua bevindingen namelijk mijlenver uit elkaar en per meetstation komen er ook enorme pieken voor. Dat maakt dat de meetgegevens simpelweg niet geschikt zijn om met een rekenkundig gemiddelde te verwerken. Een gemiddelde wordt immers door uitschieters te zeer beïnvloed. In zo n geval schrijft de statistiek voor dat er met een mediaan gewerkt wordt. Dit geeft een beeld dat tot 30% lager ligt dan de cijfers zoals die nu gebruikt worden. WUR en RIVM stonden op hun achterste benen, Hanekamp en consorten werden weggezet, het rapport was flauwekul. Maar het onderzoek kreeg een internationale peer review. Het wordt dus door internationale wetenschappers ondersteunt. Uiteindelijk heeft WUR aan de statistieken de opmerking toegevoegd dat er een onzekerheid van 30% aanwezig is. Men is niet overgegaan op de mediaan-methode.

Onlangs kwam naar buiten dat de gecombineerde luchtwassers die in de varkenshouderij worden gebruikt, meer ammoniak uitstoten dan gedacht. Weer een onderdeel van het ammoniakbeleid dat rammelt. Weer leidt dit tot WUR;  daar worden de systemen getest. Toch is er weinig kritiek op dit onderzoek, de kritiek uit zich op de varkenshouderij. Maar hoe kan het dat men er 30 tot 40% naast zit? Dat zijn geen kleine vergissingen. De varkenshouderij zit met de gebakken peren, een luchtwasser kost tegen de 100.000 euro. Een investering waarvan de varkenshouder dacht het een goede investering was. Dat blijkt nu niet zo te zijn. In de media verschijnt al snel het bericht dat alle luchtwassers niet zouden voldoen. De berichtgeving wordt direct gebruikt om normen aan te scherpen. Niemand die de vraag stelt wat er gebeurt op WUR, waarom gaat daar zoveel fout? Waarom zit men er keer op keer weer naast? En waarom heeft dit geen consequenties?

Het laatste onderdeel van de ammoniaksoap is meetpunt Vredepeel. Dit meetpunt is bijna in een kippenstal geplaatst (op 150 meter ervan om precies te zijn). Alles dichterbij dan 300 meter wordt geacht de metingen te vervuilen, bij voorkeur dient zo n bron op 500 meter te staan. Dit meetpunt is van het RIVM en staat op grond van WUR. Beiden geven aan dat er niets aan de hand is, dat dit geen invloed heeft op de berekende ammoniakemissie. Er zijn echter maar 6 ammoniakmeetpalen in het landelijk gebied (gericht op veehouderij). Vanuit deze 6 meetpalen wordt de emissie vanuit de veehouderij voor heel Nederland berekend. Meetpunt Vredepeel staat ook nog es vlakbij een van de grootste melkveebedrijven van Nederland: dit bedrijf telt 1800 melkkoeien. Daarnaast staat het aan de rand van 2 LOG-gebieden. In het ene LOG gebied zitten 62 veehouderijen. Dat is veel en zeker niet kenmerkend voor het Brabantse platteland. Dat wil niet zeggen dat het niet prima is om daar te meten. Maar een meetpunt moet niet vervuild worden door 1 bron die te dicht bij staat en het is belangrijk om ook te meten op een andere plek op het Brabantse platteland. De metingen van Vredepeel leveren de hoogste ammoniakconcentratie op van de 6 meetpunten binnen het LML. Dat is niet vreemd gezien bovenstaande.

Deze metingen vormen ook de basis voor het Brabantse ammoniakbeleid, dit beleid is voor veel boeren de nekslag. De investeringen die men moet doen zijn zo groot dat het niet terug te verdienen is. Honderden boeren gaan stoppen en nog es 10% zal onder de bijstandsnorm komen. Dit beleid is dus ingrijpend. Gedeputeerde Van den Hout die verantwoordelijk is voor dit beleid antwoordde op vragen in de Statenvergadering dat het ongewenst is dat wetenschap steeds bekritiseerd wordt en dat het RIVM ons vertrouwen verdient. Wetenschappers weten wat ze doen zei hij en hij zette (wederom) de onderzoekers Rotgers en Hanekamp weg als niet wetenschappelijk. Bovendien is het onderzoek gefinancierd door de ‘landbouwlobby’. Met andere woorden: dan hoef je het niet serieus te nemen.

Natuurlijk zegt hij dit omdat een bom onder zijn beleid zeer ongewenst is. Maar bij een onderzoek naar gebroken poten van koolmeesjes of iets dergelijks  zal hij niet zeggen ‘ dit onderzoek is gefinancierd door de natuurlobby’. En waarom is het nodig dat het Mesdagfonds dit doet, waarom is WUR en RIVM niet meer zelfkritisch en volharden  ze in het maken van dit soort grove fouten? Wetenschap staat nooit stil. Was dit wel zo dan zouden we het nu nog moeten doen met de inzichten van vele jaren geleden. In dat geval was de aarde nog plat. Wetenschap evolueert, door mensen die verder kijken, die doordenken, die zo kritisch zijn dat het vervelend wordt.

De houding van WUR en RIVM bestaat vooral, net als bij gedeputeerde Van den Hout, uit het wegzetten van de mensen die kritiek leveren. De situatie is inmiddels zo geëscaleerd dat het Rathenau instituut opdracht heeft gekregen van het ministerie om het geheel te lijmen. De landbouworganisaties zijn het vertrouwen in het ammoniakbeleid namelijk kwijt. Ondanks vele miljoenen aan investeringen en een berekende reductie van ammoniakemissie van meer dan 60%, laten de meetpunten deze reductie niet zien. Het is de vraag of het Rathenau hierin slaagt als er geen verandering komt in de manier van wetenschappelijke onderbouwing. De wetenschap evolueert maar de ammoniakwetenschap lijkt in Nederland stil te staan. Er ontbreekt een zelfkritisch vermogen, hetgeen normaal gesproken juist kenmerkend is binnen de wetenschap. De vraag die resteert: Wie controleert de (ammoniak)wetenschap? Wie kan dit open breken? Het ministerie doet een poging middels het Rathenau instituut; maar zo simpel gaat de oplossing niet zijn. Het wordt tijd dat de bezem erdoorheen gaat en dat het ministerie zelf het heft in handen neemt: het zelfkritisch en zelfreinigend vermogen herstellen kan alleen door nieuw bloed en andere structuren. Voor het ministerie is dit een stap te ver, want dit houdt in dat men toe moet geven dat de onderbouwing van het beleid gebrekkig is. Dat gaat men niet doen en dus kiest men er voor om op deze weg verder te gaan. Gedeputeerde van den Hout zal dus nog wel vaker zuchtend vervelende, kritische vragen over de onderbouwing van zijn beleid moet beantwoorden.

**Drs. HMA Verhoeven
Beleidsgerichte milieukundige, met specialisatie in landbouw

2013 © De Groene Rekenkamer - Website gehost door Vertixo